Geschreven door Stichting Burnout op 20 februari 2020 in Behandeling

Een aanzienlijk deel van de werkgevers doet bij het intreden van een burnout niets. Deels is de motivatie: ‘Als wij de werknemer in de ellende laten, solliciteert die zich wellicht toch zelf weg’. Of: ‘Wij gaan geen 3.500 euro uitgeven aan burnoutherstel – dat is ons potje. Dat het loon bij ziekte moet worden uitbetaald maakt ons niet uit, want daarvoor zijn we toch verzekerd bij een WULBZ verzekeraar’. Of: ‘Als de zgn. burnout te lang duurt, sturen we ze naar ggz onderzoek, die vinden vast iets psychiatrisch en daarmee claimen we bij UWV aan het einde van de 24 maanden ziekte dat ons niets te verwijten valt, ‘niet werkgerelateerd’.

Wie zijn het slachtoffer van bovenstaande tactieken?

  • de werknemer zelf, die tot 24 maanden ongeholpen moet lijden
  • de WULBZ verzekeraar die alsmaar (tot 24 maanden toe) ziektegeld uitbetaalt.

Daarom zien slimme WULBZ verzekeraars een ‘gouden mogelijkheid’: zij financieren vroegtijdig een extern burnouthersteltraject. Zo hebben wij, Stichting Burnout, positieve ervaringen met Achmea: zij denken al snel ‘Laten wij een burnouthersteltraject van 3500 euro bij een fatsoenlijke partij als Stichting Burnout betalen als de werkgever daar te kinderachtig voor is; als het slaagt besparen wij een veelvoud, want elke maand ziektegeld kost zelf bruto bruto al minstens 3500 euro’.

Wij nodigen burnout-ers na te gaan wie de WULBZ verzekeraar is van de werkgever, en die aan te schrijven als de werkgever treuzelt met inkoop van een goed burnouthersteltraject. En wij nodigen andere WULBZ verzekeraars het slimme beleid van Achmea te volgen!